Toen de Zomers Gewoon Nog Heet Waren.
Weet
u nog hoe een hittegolf vroeger rook? Naar smeltende ijsjes,
zonnebrandolie uit zo’n bruine fles l die naar kokos rook , en de geur
van chloor bij het openluchtzwembad.
Als het in de jaren
zeventig dertig graden werd of hoger ging er geen nationaal hitteplan in
werking.
Er was geen weerman die met een rode kaart paniek zaaide. en
we kregen geen hysterische adviezen over 'veel water drinken" alsof we
een stel uitgedroogde krenten waren.
Nee, de buurman keek omhoog,
veegde met een smerige zakdoek het zweet van zijn voorhoofd en zei:
"Tering, wat is het heet." En dat was het. Einde discussie. We gingen
niet dood, we gingen naar buiten we leefden .
Tegenwoordig leven we in een permanente alarmstatus . Wordt het een dagje warm, dan rollen de klimaatdrama's over het scherm.
Je mag niet meer genieten van de zon zonder constante berichten over de
poolkappen en de ijsberen , en als je de barbecue aansteekt, kijken de
buren alsof je eigenhandig een kolencentrale in hun tuin gooit.
Wat een gezeik. Wat een paniekaanval.
Wat zou ik graag nog één middag terug willen naar die bloedhete augustus dag in 1976.
Toen airconditioning nog iets was uit Amerikaanse films.
Auto's
hadden geen climate control; je draaide het raampje handmatig open met
zo’n slinger tot je lamme armen had. ( als het raam überhaupt open wilde
gaan)
Het gevolg was een loeihete wind op je bakkes waardoor het interieur van de Opel Kadett veranderde in een rijdende oven..
Je
plakte met je blote bovenbenen vast aan de skai leren bekleding. Als je
uitstapte, trok je een laagje huid mee. Klagen deed je niet . Dat
hoorde erbij. je handen zaten na het vastpakken van je stuur direct
vastgeplakt en daarom hadden wel allemaal zo schapen wollen stuurhoes om
je stuur heen en dat stond ook vet stoer.
Je moeder stond
ondertussen in een bloedhete keuken plastic flessen ranja te vullen.
Geen ijskoude bronwater uit spa welnee: lauwe exota limonade in een
beker die na vijf minuten warm genoeg was om thee in te zetten. En we
dronken het op alsof het champagne uit het hilton was.
Als kind had je twee doelen op zo'n snikhete dag, de ijscoman en het zwembad.
De ijscoman reed door de straat met zo’n rinkelende bel en je tong ging
uit je bekkie als je de bel hoorde.
Voor een kwartje kocht je een
waterijsje dat sneller smolt dan je het op kon likken, waardoor je
binnen dertig seconden tot aan je ellebogen onder de plakkende siroop
zat.
En met de hele buurt naar het zwembad.
Niet in een hippe
UV werende zwembroek, maar in een veel te strakke, kletsnatte wollen
broek die na drie uur zwemmen zo ver uitrekte dat hij ergens bij je
knieën hing.
Er was een prachtige, warme solidariteit in die hitte.
Niemand
bleef binnen zitten met de gordijnen dicht en de ventilator op standje
drie. Iedereen zat buiten op een klapstoeltje gewoon voor de deur.
De mannen in hun veel te korte korte broeken, met een vette klodder Brylcreem in het haar dat langzaam in hun nek smolt.
De
vrouwen in bloemrijke jurken, wapperend met een Libelle uit de leesmap
om nog een beetje koelte te vangen.
Er werd niet geklaagd over de
opwarming van de aarde, er werd koud bier gedronken uit bruine pijpjes
en altijd teveel.
Als de avond viel en de ergste hitte uit de lucht trok, bleven we buiten tot het donker werd.
De
straat gaf de warmte van de dag nog af. Je lag in je bed onder alleen
een laken, met het raam wijd open, luisterend naar de luidruchtige
aangeschoten buren. Verre stemmen van de volwassenen die beneden in de
tuin nog een laatste "bakkie" deden.
Je voelde je volkomen veilig. De wereld was simpel, de zomer was heet, en morgen deden we het gewoon allemaal nog een keer.
Dus
laat die codes en bangmakerij maar lekker in de studio van het NOS
Journaal .. Als de zon straks weer brandt, trek ik een koud pilsje open,
kijk naar de strakblauwe lucht en denk aan vroeger.
Tering, wat is het
heet.
En heerlijk.Ik geniet.
Gerard Krispijn
Geen opmerkingen:
Een reactie posten