Free Spirit welcomes his readers from Austria, Switzerland, Germany, Denmark, Sweden, Norway, United Kingdom, Netherlands, Belgium, Denmark, France, Italy, Spain, Portugal, Africa, Poland, Ukraine, Romania, Macedonia, Bosnia and Herzegovina, Croatia, Greece, Cypern, Australia, Suriname, United States, Canada, Curacao, Russia, India, Taiwan, Hong Kong, Malaysia, China, Japan,
Am Dienstag gehen
tausende deutsche Bauern auf die Straßen von Bonn, um ihre Wut auf die
deutsche Agrarpolitik Berlins und unter anderem auf die Verschärfung der
Umweltauflagen und veränderten Förderkriterien sichtbar zu machen.
Erwartet wird, dass an der Protestkundgebung etwa 10.000 Menschen und
fast 1000 Traktoren teilnehmen werden.
ist eine - juristisch ganz saubere Herausarbeitung der geltenden völkerrechtlichen und staatsrechtlichen Fakten ,
die kein Mensch mit klarem Verstand noch anzweifeln kann Wer es dennoch tut , macht sich wissentlich aller verbrechen der BRD = Fremd - Diktatur , mit schuldig !
Umsetzung Artikel 146 zwingend notwendig durch das Volk ! Verfassunggebende-Versammlung.com
Het gras op het Martinikerkhof in Groningen raakte maandag omgewoeld en
beschadigd door de trekkers die erop stonden bij de protestactie bij het
Provinciehuis. Dinsdag, de dag na het spektakel, toog een groepje
boeren en mededemonstranten naar het Martinikerkhof om de schade te
herstellen.
Maar dat mocht niet.
De goedbedoelde herstelactie stuitte op
bezwaren in de ambtelijke molens.
Grandioos Groningen is het splinternieuwe videomagazine van Groningen,
opgericht door Rob Mulder. Helemaal online en voor alle leeftijden en
interesses.
Bizarre verschillen in natuurbeleid in de grensstreek
Twee grens boerderijen Nederlandse en Duitse die hun gronden elkaar
raken, zijn er twee verschillende stikstofwaarden van toepassing, Deze vallen niet onder delfde normen onder het ,dictatoriale, NEP EU beleid.
Het Plakkaat van Verlating is de bron van de Nederlandse
onafhankelijkheid.
De geboorte van de republiek
Voor het eerst in de geschiedenis werd opgeschreven
dat de regering het volk moet dienen.
Op 26 juli 1581 verklaarden wij
ons met het Plakkaat van Verlating onafhankelijk van de Spanjaarden, die
ons land vanuit Brussel bestuurden - net als tegenwoordig de EU.
Het
Plakkaat markeerde het begin van onze Gouden Eeuw: toen we eenmaal
onafhankelijk waren, konden we eindelijk beleid maken dat in ons eigen
belang was.
Op 26 juli van het jaar 1581 deden de Staten-Generaal een Plakkaat het
licht zien waarin werd verklaard dat de Koning van Spanje niet langer
erkend wordt als wettig vorst van de Nederlanden.
Een aantal vrienden
trof elkaar in 2013 en besloot om initiatieven te ontwikkelen teneinde
de bekendheid met het Plakkaat van Verlatinghe als Nederlandse
onafhankelijkheidsverklaring te vergroten.
Indachtig de referentie van de Koning naar het Plakkaat van
Verlatinghe (1581) in zijn rede bij aantreden op 30 april in 2013, het
vermoeden dat die referentie bij velen niet overkwam en de merkbaar
groeiende behoefte aan integrerende elementen in de Nederlandse
samenleving als geheel heeft ons gebracht tot het idee om kennis over
het Plakkaat onder de Nederlandse bevolking te doen toenemen.
De
betekenis van het Plakkaat als geboorteakte wordt onderschat.
Het is van
belang daar iets aan te doen.
De Stichting wil daar een poging toe
wagen omdat het achterliggende gedachtegoed actuele (zelfs ook
internationale) zeggingskracht heeft.
Weliswaar komt het Plakkaat zijdelings aan de orde in de Canon van de
Nederlandse Geschiedenis, doch het heeft daarin geen prominente plaats.
De verdienste van de opstellers van het Plakkaat is dat zij het
fundamentele recht op zelfbeschikking hebben geformuleerd. Dat recht is
universeel en het Plakkaat wordt dan ook in de ons omringende
samenlevingen als baanbrekend erkend. Het zou die erkenning ook in het
eigen land meer dan verdienen.
Verwijzing ernaar zou tot de erkenning
van de kernwaarden van de gehele samenleving kunnen behoren.
Dat werd
nog eens benadrukt door de aandacht die ook President Obama schonk aan
het Plakkaat tijdens zijn bezoek aan Nederland op 24 maart 2015.
Inmiddels heeft de Stichting op 26 juli 2018 een eerste officiële
herdenking van de ondertekening van het Plakkaat georganiseerd.
Een
initiatief dat werd ondersteund door het verschijnen van een boek over
het Plakkaat, geschreven door bestuurslid Anton van Hooff.
Een
initiatief ook dat de wind in de zeilen kreeg door de verkiezing van het
Plakkaat tot Pronkstuk van Nederland eerder dat jaar.
Plakkaat van Verlating / Verlatinghe 26 Juli 1581
In de Staten-Generaal
Integrale vertaling naar modern Nederlands.
De leden van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden groeten
allen, die dit zullen zien of horen voorlezen, en laten weten: Het is aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht
wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en
geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet
door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te
zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van
zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen
beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en
zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt.
Als een vorst
zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te
beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen
vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na
beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider
kiezen.
Dit recht hebben zij te meer als ze hun vorst niet met vreedzame
middelen van zijn tirannieke neigingen hebben kunnen genezen. In dat
geval hebben ze geen andere middelen om hun natuurlijke vrijheid,
waarvoor men zich met hart en ziel dient in te zetten, veilig te
stellen. Daar* van zijn diverse voorbeelden bekend uit andere landen en
andere tijden.
In het bijzonder in ons land moeten onderdanen hun eigen vrijheid
veiligstellen, aangezien zij hier altijd geregeerd zijn krachtens de eed
die door de vorst bij zijn intrede wordt gezworen. De vorst wordt ook
beëdigd onder de voorwaarde dat hij uit zijn ambt wordt ontheven in
geval van schending van de eed. De koning van Spanje heeft na het overlijden van keizer Karel V de
Nederlanden geërfd. Hij heeft zich niets aangetrokken van de diensten,
die hem door ons zijn bewezen. Voor deze diensten heeft hij zeer
loffelijke overwinningen op zijn vijand behaald, die hem in de hele
wereld een grote naam hebben bezorgd. Hij heeft eveneens de vermaningen
van de keizer in de wind geslagen en heeft daarentegen gehoor gegeven
aan het bevel van de Spaanse Raad. Deze Raad had niet de macht om over deze landen te regeren, zoals
over de koninkrijken Napels, Sicilië en andere, die onder gezag van de
koning staan; maar aangezien de meeste leden van deze Raad de rijkdom en
macht van ons land kenden, stonden ze afgunstig tegenover ons en hebben
ze de macht naar zich toegetrokken. De Spaanse Raad (of enkele van de
belangrijkste leden) heeft de koning verscheidene malen voor ogen
gehouden dat het voor zijn reputatie en waardigheid beter is ons land te
veroveren, ten einde als absoluut vorst te kunnen regeren, hetgeen
betekent: onderdrukken.
Dat zou, volgens de Spaanse Raad, beter zijn dan te moeten regeren met
de beperkingen die hij zich op grond van zijn eed moest opleggen. De
koning heeft het bevel van de Spaanse Raad opgevolgd en heeft ons land
beroofd van de onafhankelijkheid en overgeleverd aan de slavernij,
onder het gezag van de Spanjaarden. De koning heeft eerst, zogenaamd om de Hervorming terug te dringen,
in de belangrijkste en machtigste steden nieuwe bisschoppen willen
aanstellen; hij heeft hun de rijkste abdijen willen schenken en negen
kanunniken aan hen willen toevoegen, die deel zouden uitmaken van zijn
Raad en van wie er drie belast zouden worden met de inquisitie. Door
deze incorporatie zouden de bisschoppen, die zowel buitenlanders als
Nederlanders mochten zijn, de belangrijkste zetels hebben ingenomen in
de Staten-Generaal. Bovendien zouden ze geheel en al de koning hebben
gehoorzaamd en gediend. De Spaanse inquisitie is hier, zoals iedereen weet, altijd een
verschrikking geweest. Vandaar dat de keizer deze destijds op ons
verzoek heeft afgeschaft, waaruit blijkt dat hij zijn onderdanen
liefhad. Diverse remonstranties, die door afzonderlijke steden en
provinciën, alsook door enkele vooraanstaande heren, namelijk Montigny
en Egmond (die door de hertogin van Parma, destijds regentes, op
aanraden van de Raad van State en de Staten-Generaal diverse keren naar
Spanje werden gezonden) mondeling werden ingediend, hebben niets
geholpen.
Hoewel de koning van Spanje zelf goede hoop had gegeven dat hij hun
verzoeken zou inwilligen, heeft hij kort daarna via brieven de
bisschoppen bevolen de bisdommen en abdijen in bezit te nemen, de
inquisitie in te stellen en de ordonnantie van het Concilie van Twente
op te volgen. Deze ordonnantie is in vele opzichten strijdig met de
privileges van dit land.
Toen dit alles het volk ter ore kwam, ontstond er grote beroering en
nam de genegenheid af die men als goede onderdanen steeds gevoeld had
voor de Spaanse koning en diens voorgangers. Dit was in het bijzonder
het gevolg van het feit dat hij niet alleen de bevolking onderdrukte,
maar zich bovendien schuldig maakte aan geloofsvervolging. Terwijl het
volk juist altijd heeft gemeend dat men zich in dezen slechts tegenover
God behoeft te verantwoorden. Uit mededogen met het volk hebben de meest vooraanstaande edelen in
1566 een remonstrantie aangeboden, waarin zij de koning verzoeken om een
gematigder optreden, in het bijzonder ten aanzien van de
geloofsvervolging, ten einde een opstand van het volk te voorkomen. De
edelen hoopten dat hij op die manier als een goedertieren vorst de
liefde en genegenheid voor zijn onderdanen zou tonen. Ten einde de
koning duidelijk te maken hoe noodzakelijk het was voor ons welzijn en
de rust in het land om dergelijke maatregelen achterwege te laten en de
geloofsvervolging af te zwakken, hebben de hertogin van Parma, de Raad
van State en de Staten-Generaal twee gezanten naar Spanje afgevaardigd,
namelijk de markies van Bergen en de baron van Montigny. In plaats van
gehoor te geven aan het protest en de nood te lenigen heeft de koning,
daartoe opgeruid door de Spaanse Raad, de personen die de remonstrantie
hebben ingediend, beschuldigd van majesteitsschennis. Bovendien heeft
hij – in de veronderstelling verkerend dat hij ons land door de macht
van Alva geheel en al had onderworpen – de genoemde gezanten gevangen
genomen, gedood en hun bezittingen onteigend. Dit alles druist in tegen
de rechten die zelfs door de meest wrede en tirannieke vorsten worden
geëerbiedigd. De beroering die in ons land was ontstaan, was door toedoen van de
genoemde regenten en hun aanhang in 1566 gesust. Velen, die zich hadden
ingezet voor de onafhankelijkheid van dit land, zijn toen verjaagd of
omgebracht. De koning had derhalve geen enkele reden om ons land aan te
vallen. Toch wilde hij alle privileges van het land vernietigen en
streefde hij ernaar als een tiran te kunnen heersen over dit land, zoals
hij ook doet in Indië en in andere landen die hij onlangs heeft
veroverd. Daarom ook heeft hij de hertog van Alva met een groot leger
naar hier gestuurd.
Deze Alva is berucht wegens zijn wreedheid en is een van de grootste
vijanden van dit land. Bij zijn komst werd hij vergezeld door een aantal
gelijkgezinden die als adviseurs moesten dienen. Uit dit alles blijkt
dat de koning weinig genegenheid voelt voor zijn goede onderdanen en
handelt in strijd met de verplichtingen die hij als vorst, beschermer en
herder dient na te komen. Al is hij hier eervol ontvangen door de arme
inwoners, die van hem niets dan goedertierenheid verwachtten, zoals de
koning dikwijls in zijn brieven had geveinsd; al had de koning de
bedoeling om tot ieders genoegen in alles orde op zaken te stellen; ook
al was er bij het vertrek van de hertog van Alva uit Spanje een vloot in
gereedheid gebracht om hem uit te leiden en een in Zeeland om hem te
verwelkomen (wat het land veel geld heeft gekost), ten einde de
onderdanen te misleiden.
Toch heeft de hertog, die een vreemdeling is en niet van koninklijken
bloede, terstond na zijn komst verklaard dat de koning hem benoemd had
tot bevelhebber en landvoogd, hetgeen tegen de privileges en tradities
indruist. Hij heeft zijn voornemens voldoende duidelijk gemaakt door
terstond de belangrijkste steden en burchten te bezetten. Hij heeft
kastelen en vestingen in de belangrijkste en machtigste steden gebouwd,
ten einde deze steden in bedwang te houden. Hij heeft de meest
vooraanstaande heren op last van de koning ontboden, onder het mom dat
hij, in het belang van ons land, hun advies wilde inwinnen.
Degenen die aan zijn oproep gehoor gaven, heeft hij gevangen genomen en
uit Brabant, waar zij gevangen zaten, weggevoerd. Hij heeft hen in staat
van beschuldiging gesteld, hoewel hij niet de bevoegdheid had hen te
berechten. Tenslotte heeft hij hen ter dood veroordeeld en in het
openbaar terechtgesteld, zonder hen volledig te horen. De andere,
(Stadhouder Willem van Oranje) die beter op de hoogte was van de
schijnheiligheid van de Spanjaarden, hield zich buiten het land. Zijn
bezittingen zijn in beslag genomen en hijzelf is vogelvrij verklaard.
Dit deed Alva ten einde te voorkomen dat de arme inwoners, al dan niet
met behulp van vorsten die de onafhankelijkheid van dit land voorstaan,
tegen het Spaanse gezag in opstand komen.
Hij heeft nog talloze andere edelen en vooraanstaande burgers om het
leven gebracht of verjaagd met het doel beslag te kunnen leggen op hun
goederen. Aan vrouwen en kinderen wordt veel overlast bezorgd door Spaanse
soldaten die in hun huizen in garnizoen liggen. De inwoners worden
gedwongen tot het betalen van allerlei belastingen. Ze worden gedwongen
nieuwe kastelen te bouwen en de steden te voorzien van vestingwerken,
die dienen voor hun eigen onderdrukking. Men wordt gekweld doordat men
de honderdste, twintigste en tiende penningen moet opbrengen, waarmee de
soldaten worden betaald. Deze soldaten zijn zowel Spanjaarden als
mensen die hij uit ons volk heeft gerekruteerd.
Alva zet hen in tegen hun landgenoten en tegen degenen die met gevaar
voor eigen leven de onafhankelijkheid van het land verdedigen. Dit
alles deed hij om ervoor te zorgen dat de onderdanen geen enkel middel
overbleef om zijn plannen te dwarsbomen, zodat hij de opdracht die hij
in Spanje had gekregen, namelijk het land te behandelen als veroverd
gebied, des te beter kon uitvoeren.
Hij heeft ook in de belangrijkste plaatsen de rechtsorde aangepast aan
de Spaanse gewoonten en daarmee de privileges van dit land geschonden. Hij heeft nieuwe raden in het leven geroepen en tenslotte de tiende
penning ingesteld voor de handel en nijverheid, waarmee hij ons land,
dat volledig op handel en nijverheid is aangewezen, naar de ondergang
heeft gevoerd. Dit alles heeft hij gedaan ondanks de talloze
remonstranties die door elk gewest afzonderlijk en door het land als
geheel bij hem zijn ingediend.
Alva zou deze maatregel ook met geweld hebben doorgevoerd, ware het
niet dat Holland en Zeeland door toedoen van de Prins van Oranje,
diverse edelen en andere rechtschapen inwoners, zich onmiddellijk tegen
hem hadden gekeerd en zich aan de zijde van de prins hadden geschaard. Later heeft de Spaanse koning landvoogd Requesens naar deze landen
gestuurd om de tirannie van Alva met bedekte middelen voort te zetten.
Alva en Requesens hebben getracht Holland en Zeeland te onderwerpen door
de andere provinciën, die ze reeds in hun macht hadden, daarbij in te
schakelen. Requesens heeft, onder het mom van muiterij tegen zijn persoon,
Spaanse soldaten in Antwerpen gelegerd. Zij hebben daar zes weken op
kosten van de burgerij geleefd en Requesens heeft de bevolking gedwongen
de door hem geëiste soldij, in totaal vierhonderdduizend gulden
bedragende, op te brengen, ten einde verlost te worden van het Spaanse
geweld. Daarna heeft hij deze soldaten opgedragen verder ten strijde te
trekken. Hij wilde eerst Brussel innemen om vanuit de residentie van de
prins te kunnen opereren. Toen het leger daar niet in slaagde, heeft hij
de stad Aalst en vervolgens Maastricht overmeesterd. Daarna hebben de
soldaten Antwerpen overvallen en geplunderd, ze hebben er moorden
gepleegd en brand gesticht. De meest tirannieke en wrede vijanden van
het land zouden het niet erger hebben kunnen doen. Ze hebben niet alleen
enorme schade toegebracht aan de arme bevolking, maar ook aan alle
naties die in Antwerpen handelsbelangen hadden. Na de dood van Requesens heeft de Raad van State op last van de
Spaanse koning het bestuur over dit land aanvaard. Deze Raad heeft in
het bijzijn van Jeronimo de Roda de Spanjaarden tot vijanden van het
land verklaard. Niettemin is deze Roda, krach*tens zijn autoriteit of
krachtens een geheime instructie uit Spanje, aanvoerder geworden van de
Spanjaarden. Buiten de Raad van State om beroept hij zich op de naam en
het gezag van de koning, vervalst hij diens zegel en gedraagt hij zich
in het openbaar als landvoogd en plaatsvervanger van de koning. Dit
vormde voor de Staten de reden om met de Prins en de Staten van Holland
en Zeeland een verbond te sluiten ten einde de Spaanse vijand eensgezind
te bestrijden en te verdrijven. Dit verbond is door de Raad van State
goedgekeurd. De Staten hebben, als goede onderdanen, na diverse nederige
remonstranties, de Spaanse koning verzocht het onheil dat reeds geschied
was en nog stond te geschieden, onder ogen te zien. Ook is hem gesmeekt
de Spanjaarden uit ons land te laten vertrekken en degenen te straffen
die de ondergang van de belangrijkste steden hadden bewerkstelligd en
andere vormen van groot overlast hadden veroorzaakt. Dit is hem
verzocht als troost voor hen die geleden hebben en als voorbeeld voor
anderen. De koning reageerde door te stellen dat dit alles tegen zijn
wil was geschied, dat hij zou straffen met de dood en de rust in het
land zou herstellen, zoals dat een goedertieren vorst betaamt. Hij heeft
nochtans geen recht gesproken of straffen opgelegd. Integendeel, alles
bleek te zijn geschied met toestemming van de koning en de Spaanse Raad.
Uit onderschepte brieven is gebleken dat de koning aan Roda en anderen
geschreven heeft dat hij niet alleen hun daden goedkeurde, maar hen
prees en beloofde hen te zullen belonen. In het bijzonder Roda werd
geprezen om zijn bijzondere diensten, hetgeen de koning hem en zijn
dienaren duidelijk heeft doen blijken.
In dezelfde tijd heeft de koning zijn bastaardbroer don Juan van Oostenrijk naar ons land gestuurd als ware hij van zijn bloede.
Dit heeft hij gedaan om de ogen van de onderdanen nog meer te
verblinden. Deze don Juan van Oostenrijk wendde voor de Pacificatie van
Gent goed te keuren, de bevoegdheden van de Staten te respecteren, de
Spanjaarden te doen vertrekken, de aanstichters van het geweld te
straffen en de rust en onafhankelijkheid te herstellen. In werkelijkheid
probeerde hij de Staten te ontbinden en het ene gewest na het andere te
onderwerpen. Dit is kort daarna, door de kracht van God, die alle
tirannie haat, ontdekt door middel van onderschepte brieven, waaruit
bleek dat hij van de koning opdracht had gekregen de orders van Roda op
te volgen. Om alle schijn van samenspanning te vermijden werd hem elk
contact met Roda verboden.
Hij kreeg voorts de opdracht zich vreedzaam te gedragen tegenover de
vooraanstaande edelen en hen voor zich te winnen. Dit moest hij blijven
doen tot hij Holland en Zeeland in zijn macht had, om vervolgens met de
andere gewesten te kunnen doen wat hij wilde.
Don Juan van Oostenrijk had tegenover de Staten gezworen de
Pacificatie van Gent en het Eeuwig Edict te eerbiedigen. Niettemin heeft
hij met alle middelen geprobeerd de Nederlandse soldaten, die destijds
de belangrijkste vestingen en steden bezet hadden, met grote beloften
voor zich te winnen, ten einde deze te kunnen veroveren. Op die manier
had hij de meeste soldaten al voor zich gewonnen en het grootste deel
van de steden in zijn macht gekregen.
Aldus probeerde hij degenen die zich zouden willen onttrekken aan de
oorlog tegen de Prins en de gewesten Holland en Zeeland, te dwingen de
wapens op te nemen. Dit alles zou een burgeroorlog tot gevolg hebben,
wreder dan welke oorlog dan ook. Deze oorlog brak uit vóór hij zijn
voornemens had uitgevoerd.
Aangezien deze oorlog niet het door hem beoogde resultaat had, is hij
een nieuwe oorlog begonnen, die nog steeds voortduurt. Dit alles is
geschied ondanks het feit dat hij bij zijn komst de mond vol had van
vrede.
Het voorafgaande heeft ons afdoende wettige aanleiding gegeven om de
Koning van Spanje af te zweren en een andere machtige en goedertieren
vorst te ontbieden om ons land te beschermen. Ons land heeft al meer dan
twintig jaar in chaos verkeerd en is door zijn koning in de steek
gelaten. We zijn niet behandeld als onderdanen, maar als vijanden, die
proberen hun eigen vorst op gewelddadige wijze ten val te brengen. Na het overlijden van don Juan van Oostenrijk heeft de baron van
Selles duidelijk verklaard de Pacificatie van Gent, die don Juan van
Oostenrijk gezworen had, niet te willen erkennen. Hij heeft dan ook
voortdurend strengere eisen voorgesteld. Steeds hebben we door middel
van remonstranties en met tussenkomst van de belangrijkste vorsten uit
de christenheid geprobeerd tot een overeenkomst met de koning te komen. Onlangs zijn onze gezanten bijeen geweest in Keulen, in de hoop door
bemiddeling van de keizer en de keurvorsten de vrede en enige vrijheid,
met name op religieus gebied, te bewerkstelligen. De ervaring heeft ons
geleerd dat we met remonstranties en onderhandelingen bij de koning
niets kunnen bereiken, aangezien deze slechts misbruikt worden om
tweedracht in het land te zaaien. Door deze tweedracht kan hij des te
gemakkelijker ons land onderwerpen en met de grootst mogelijke agressie
zijn voornemens uitvoeren. Later is zijn agressieve houding wel gebleken uit de banvloek die de
koning heeft uitgesproken, waarin hij ons en alle inwoners die zich
inzetten voor de Verenigde Nederlanden voor rebellen verklaart. Daardoor
hebben wij ons leven en onze goederen verbeurd. Op het leven van de
prins heeft hij bovendien een grote som geld gezet. Dit alles heeft als
doel om ons tot wanhoop te drijven en alom gehaat te maken en tenslotte
de handel lam te leggen.
Wij hebben dan ook de hoop op verzoening volledig opgegeven en zijn
verder van elke hulp verstoken. Noodgedwongen hebben we andere middelen
gehanteerd om de rechten, privileges, tradities en vrijheden van het
vaderland te beschermen. Dit was noodzakelijk om het leven en de eer van
vrouwen, kinderen en nageslacht veilig te stellen en om te voorkomen
dat ze slaven zouden worden van de Spanjaarden. We hebben dan ook met
recht de Spaanse koning afgezworen.
Op grond van de voorafgaande overwegingen en door de nood gedwongen
zijn we overeengekomen de koning van Spanje krachtens het recht
vervallen te verklaren van zijn rechten ten aanzien van ons land. Van nu
af aan zullen we hem niet meer moeien in kwesties betreffende deze
landen. Ook zullen wij zijn titel als vorst niet meer gebruiken of
toestaan dat iemand deze gebruikt. We hebben dienovereenkomstig de
ambtenaren, rechters, ambachtsheren, leenmannen en alle andere inwoners
van dit land ontslagen van de eed die zij aan de koning van Spanje
hebben gezworen. De meeste gewesten in dit land hebben het gezag geaccepteerd van de
hertog van Anjou; aartshertog Matthias heeft de landvoogdij neergelegd,
hetgeen door ons is aanvaard. We eisen dan ook dat niemand voortaan de
naam, de titel en het zegel van de Spaanse koning meer zal gebruiken.
Tevens hebben we aan alle landen opgedragen om de titel en naam van de
landsheer en de Landraad te voeren, zolang de hertog van Anjou nog niet
is gearriveerd. Tot het moment dat de landsheer en de Landraad in
functie zijn, dienen zij onze naam te voeren. In Holland en Zeeland zal
men ressorteren onder de prins van Oranje en de Staten van Holland en
Zeeland tot de tijd dat de Landraad zal zijn ingesteld. Daarna zullen ze
zich voegen naar de orders van de Landraad en de hertog van Anjou.
Men zal in aangelegenheden betreffende de landsregering – waarmee de
Landraad zal worden belast – niet meer het zegel van de Spaanse koning
gebruiken. In zaken die het gewestelijk bestuur raken zal door de
gewestelijke en andere raden de naam en het zegel van het betreffende
gewest worden gebruikt. Alle brieven en bescheiden die niet aan deze
voorwaarden voldoen, zullen nietig verklaard worden. Ten einde dit alles
beter te kunnen realiseren, bevelen we dat heden alle zegels van de
koning van Spanje ingeleverd worden bij de Staten of bij degenen die
door de Staten daarmee zijn belast, op straffe van arbitrale correctie.
Wij bevelen bovendien dat in geen enkele munt de naam, de titel of het
wapen van de koning van Spanje geslagen zal worden. Alleen de muntslag
en de vorm, die door ons vastgesteld zullen worden voor een nieuwe
gouden en zilveren penning, mogen worden toegepast.
Voorts bevelen wij alle bestuurders in dit land zich te beschouwen
als omslagen van de eed die zij de Spaanse koning hebben gezworen.
Voortaan zijn zij slechts verantwoording verschuldigd aan de Staten of
verplicht een nieuwe eed te zweren aan hun speciale gevolmachtigde.
Daarmee zweren zij ons trouw tegen de Spaanse koning en zijn aanhangers,
overeenkomstig de verklaring die is opgesteld door de Staten-Generaal.
De bestuurders van de gewesten die met de komst van de hertog van Anjou
hebben ingestemd, zullen tot de komst van de hertog in hun ambt worden
gehandhaafd. De bestuurders van de gewesten die de hertog niet
accepteren, zullen uit hun ambt worden ontheven. Er zal worden nagegaan
of hun opvolgers de privileges van het land hebben ge*schonden dan wel
zich aan onbetamelijk gedrag hebben schuldig gemaakt. Aan alle bewindvoerders en hun plaatsvervangers verzoeken we dringend
deze ordonnantie in hun gehele rechtsgebied af te kondigen, zodat
niemand kan voorwenden niet op de hoogte te zijn.
We dringen erop aan
deze ordonnantie volledig te doen navolgen en de overtreders onverwijld
te straffen; immers, dit alles hebben wij gedaan in het belang van het
land. Aan alle betrokkenen geven we de bevoegdheid en de opdracht om
bestraffend op te treden.
Aan deze oorkonde hebben wij ons zegel bevestigd. Aangeboden in onze vergadering te ‘s-Gravenhage, 26 juli 1581, ter ordonnantie van de Staten.
Seit
Montag dauern die Proteste der Separatisten in der katalanischen
Hauptstadt Barcelona an, am Freitagabend eskalierte die Gewalt, es kam
zu Straßenschlachten mit der Polizei.
Längst hat dieser „Abschaum Antifa“ das
Kommando übernommen.
In Barcelona gerieten am Samstag Polizisten und Antifa-Anhänger
aneinander. Die Aktivisten aus dem linken bis linksextremen Lager waren
auf die Straße gegangen, weil die Vox-Partei, die als
rechts-konservativ bis nationalistisch gilt, eine Kundgebung in der
Stadt abhielt. Die Demonstranten aus dem Antifa-Lager errichteten Barrikaden aus .
Die Zusammenstöße zwischen Separatisten und der Polizei
ließen in der Regionalhauptstadt erst nach Mitternacht in der Nacht zum
Samstag nach. Es war bereits die fünfte Nacht in Serie, in der teils mit
Gewalt gegen die Verurteilung von neun Separatistenführern der
abtrünnigen Region im Nordosten Spaniens demonstriert wurde.
Herbert Grönemeyer hält sich für Stauffenberg; wähnt sich im Widerstandskampf. Dabei ist er nur ein Mitläufer des Systems.
Er hat wieder „Haltung gezeigt“, der Herbert Grönemeyer, „Mut bewiesen“
bei seinem Konzert auf der Berliner Waldbühne; seine „Stimme erhoben“,
gegen „rechte Populisten, gegen Rassismus und Ausgrenzung“. So war es zumindest in der Lokalpresse zu lesen.
„Kein Millimeter nach rechts!“, will er rücken, der Herbert. Das e und
das n, das hinter „Kein“ gehört, verschluckte er dabei. Wie in seinen Liedern.
TRIGGERWARNING; Dit gesprek kan politiek, of maatschappelijk incorrecte
inhoud bevatten die onbedoeld angst, onzekerheid of woede oproepen. Wij
beroepen ons hierop, bij wet geregelde journalistieke vrijheid als
fundament voor een pluriforme samenleving en hygiënische democratische
processen.
Het afbreken van de formatiebesprekingen door Groen Links kwam Jesse
Klaver op zware kritiek te staan. Wie zijn er werkelijk de baas binnen
Groen Links en trekken aan de touwtjes van fractievoorzitter Klaver?
Joost Niemöller vroeg het aan Peter Siebelt.
Peter Siebelt is onderzoeksjournalist en publiceert over religieuze,
links-radicalen en extremistische organisaties in Nederland.
Siebelt schreef o.a.: Eco Nostra. Het netwerk achter Volkert van der
Graaf; RaRa wie ben ik?; Mabel. 'Koninklijk' Bal Masqué; De 4e
wereldoorlog. Het pad van Marx naar Allah; Vissers in troebel water.
Schandalen van kerk en politiek; Sinistra. Politieke maffiosi op Haags,
provinciaal en gemeentelijk niveau; Modus Operandi. De pro-Palestijnse
beweging
Ra-Ra wie trekken aan de touwtjes van Jesse Klaver? De geschiedenis van
een links activistische partij en de personen die het werkelijk voor het
zeggen hebben.
9 jaar
Rutte en consorten, 9 jaar wanbeleid en afbraak, de rekening wordt
gepresenteerd:
Zorgverleners,
nog een grote groep burgers waarvan het inkomen nooit meegroeit met de van
bovenaf geïnitieerde belastingverhogingen, milieuheffingen & inflatie.
In tegenstelling tot de decadente uitvreters die zo begaan zijn met het klimaat
en de EU dat zij maar in de politiek gingen. En wat doen
ze met al dat geld?
Een laag
salaris en een veel te hoge werkdruk te weinig collega's... Geld is er
niet voor de pensionado die mag inleveren.
Het is er ook niet voor de bejaarde in het verzorgingshuis.
Het is er niet voor de politieagent, niet voor de verzorgende handen, en ook
niet voor de gemiddelde burger.
Die krijgt consequent te horen: indikken, inleveren, zuur en nog meer zuur,
loze beloften en torenhoge rekeningen onder het mom van 'klimaat redden'. Intussen
vreten de varkens aan de top zich moddervet, zwelgen de zorgbobo's in hun
weelde, geniet de nieuwe klimaatelite van hun riante machtsposities en
schrijven de zogenaamde 'socialisten' maandelijks tónnen bij op hun rekeningen.
Verder gaat
het heel goed met NL zegt Rutte, want de grenzen blijven vrolijk open en
iedereen is welkom. U betaalt,
dat wel.
Rutte en
zijn bende plukken nu de wrange vruchten van jarenlange wanbeleid waarin de
gewone Nederlander als tweederangsburger uitgeknepen en vernederd is. Het
volksverzet kan niet groot genoeg worden. Gele
Hesjes. NL.
Zie ook : Frankrijk : alle beroeps-groepen demonstreren.
En : Spanje : Catalonie demonstraties. Farmers
Defense Force : no farmers, no food.
Dit
verrotte partij-kartel vvdpvdacdacud66g-l moet ASAP weg.
Tegen EU- en V.N.-beleid. NEXIT !