10/13/2015

WerkLoont. Vluchtelingen moeten straks putjes scheppen, papierprikken, straten schoon houuden


Vluchtelingen aan werk helpen is een (Media)prioriteit van het EU-kabinet.- (Ironie)  

Na de uitzending over de tegenprestatie en verplicht werken in de bijstand kwamen tientallen inhoudelijke tips binnen van kijkers. Zo kwam het verhaal van de Rotterdamse bijstandsgerechtigde Pieter Wondergem aan bod.  

Hij prikt verplicht papier in het kader van het reïntegratietraject WerkLoont. 
We krijgen nieuwe tips voor ons dossier Sociale Dienst. Uit Rotterdam, maar ook uit andere delen van het land.

In de jaren dertig van de vorige eeuw noemden de politiek het werkverschaffing, maar zo willen ze dat niet meer noemen, want werkverschaffing heeft een negatieve klank gekregen.
“Koloniën van weldadigheid” klinkt dan Oh,zo aardig.
Voor wat informatie zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Maatschappij_van_Weldadigheid


Het Artikel gaat over het misbruiken van uitkeringen en uitkeringsgerechtigden door werkgevers en overheid, en het leidt tot verdringing van ‘normale’ banen. Niet over het misbruik, dat een deel van de uitkeringstrekkers ook maakt.
Het is voor IEDEREEN die door reorganisaties, digitalisatie, outsourcing of andere door managers bedachte plannen op straat wordt geknikkerd terwijl je altijd loyaal bent geweest een vernedering op deze manier behandeld te worden

‘Bij de sociale werkplaats doen werkloze mensen met behoud van uitkering hetzelfde werk als de mensen van de sociale werkplaats, die daarvoor betaald krijgen. Dat vijf dagen per week..en ze houden tevens een plaats bezet die eigenlijk voor mensen met een beperking zou moeten zijn.’

"Welke bedragen er in omgaan en wie er bij elkaar in de raden van bestuur zitten."
Vaak zitten mensen van de PVDA, zoals ook de ex-minister Vogelaar aan de top zit in de raad van bestuur van een groot winstgevend   re-integratie-bedrijf.

Ze werken door het hele land en tegenwoordig ook internationaal.

 
ANALYSE - Bijstandontvangers worden regelmatig aan het werk gezet, zonder beloning, zinvolle begeleiding of reëel uitzicht op een arbeidscontract. Dubieuze werkgevers, reïntegratiebedrijven en gemeenten profiteren.

Een tijdje terug publiceerde FNV een zwartboek over werken in de bijstand. 
Sinds de EU- invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004 is het steeds gebruikelijker geworden dat bijstandontvangers, in ruil voor hun uitkering, verplicht aan het werk moeten.

Rechtszaken aanspannen lijk een effectiever dan zwartboeken.
De contractloze arbeid en omstandigheden en rechten zijn een groot punt.
Als je een behoorlijk contract hebt kun je (op z’n minst in theorie) nog wel aanspraak maken op zaken als vakantiedagen, zorgverlof, recht om een arts te bezoeken en daar vrij voor te krijgen, voorwaarden voor veilige en gezonde arbeid. Als uitkeringsgerechtigde in gedwongen arbeid ben je daarin vogelvrij.
Hier wordt grof misbruik van gemaakt. 
Met het feit dat de uitkeringsgerechtigde normaal werk doen voor een niet-normaal bedrag, zonder rechten en onder grote dwang. 

Een deel komt in werk dat eerst door WSW’ers gedaan werd, die nu hun werk zijn kwijt geraakt. En bestaande kwaliteiten mogen niet benut worden, terwijl ze zelfs geen tijd krijgen voor sollicitaties. 
Daardoor heeft het beleid een concrete, bewuste, negatieve invloed op de kans op beter werk.


Wettelijk kader
Deze verplichte werkzaamheden kunnen verschillende vormen aannemen, zo is bepaald in de WWB en enkele aanvullende notities.

Allereerst is daar ‘werken met behoud van uitkering’.
Dit wil zeggen dat bijstandontvangers aan het werk worden gezet in ruil voor een inkomen onder het wettelijke minimumloon. Voorwaarden zijn onder andere dat deze werkzaamheden tijdelijk zijn en bovendien zijn gericht op het vinden van betaald werk. Ook moeten training en scholing een belangrijk onderdeel vormen van een dergelijk traject.


Daarnaast zijn er zogenaamde ‘participatieplaatsen’.
Deze zijn in principe bedoeld voor moeilijk bemiddelbare mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan. Doel is bijvoorbeeld het opdoen van werkritme. Begeleiding behoort een prominent onderdeel van een participatieplaats te zijn.

Tenslotte is er nog de ‘tegenprestatie’. Hieronder worden maatschappelijk nuttige werkzaamheden begrepen (dat wil zeggen ‘vrijwilligerswerk’) die niet direct zijn gericht op toetreding op de arbeidsmarkt. Zowel in omvang als duur moet deze verplichte tegenprestatie beperkt blijven.
Hoewel dit alles in theorie niet verkeerd klinkt, is de realiteit anders: werklozen worden vaak gewoon aan het werk gezet, zonder dat er sprake is van zinvolle begeleiding of uitzicht op betaald werk.

Gewoon aan het werk
Volgens de wet is werken onder het minimumloon dus alleen toegestaan als dit de kans op het vinden van betaald werk vergroot. 
Niettemin, zo kunnen we in het FNV-rapport lezen, worden mensen met waardevolle diploma’s (bijvoorbeeld die voor heftruckchauffeur en banketbakker) ingezet bij simpel inpakwerk
en andere onzinactiviteiten wat hun kans op een betaalde baan niet vergroot maar verkleint en zo een gat in hun cv oplopen.
 

Een ICT’er met HBO-diploma moest flessen in kratten stapelen. Een voormalig accountmanager van een mediabedrijf mocht alleen maar doekjes vouwen, terwijl er ook ander onbetaald werk voorhanden was dat beter bij haar opleiding en achtergrond paste.
In de hierboven genoemde gevallen is natuurlijk geen enkele sprake van re-integratie of training. Toch zijn deze mensen verplicht arbeid te verrichten voor een bedrag ver onder het wettelijk minimumloon. Het alternatief, zo krijgen veel deelnemers voortdurend te horen, is een forse korting op de uitkering.

Geen zinvolle begeleiding
Daarnaast is de begeleiding die bij een dergelijk werktraject zou moeten horen maar al te vaak een lachertje. Zo is de ‘banenbeurs’ in het ‘Trainings- en Diagnosecentrum’ van de gemeente Emmen niet meer dan een klaslokaal waarin computers staan met een zwaar verouderde versie van Internet Explorer (waarmee veel websites dus niet eens kunnen worden bezocht). Voor zover er überhaupt begeleiding aanwezig is, wordt deze voornamelijk verzorgd door andere deelnemers. Werkzoekenden mogen bovendien maximaal een uur per dag van de ‘banenbeurs’ gebruik maken.

Ook bij andere gemeenten worden bijstandontvangers regelmatig ingezet als werkcoach voor hun lotgenoten. Dus als er al begeleiding is, is deze maar al te vaak volstrekt onprofessioneel. De gemeenten maakt het vanzelfsprekend niet uit. Op deze manier hoeven ze namelijk niets te betalen om aan hun wettelijke verplichting tot begeleiding te voldoen. Lekker goedkoop!

Geen uitzicht op vast werk
De organisaties aan wie werkende bijstandontvangers worden uitbesteed hebben vaak geen enkele intentie hun ‘werknemers’ een arbeidscontract aan te bieden.
Een niet ongebruikelijke constructie is dat werkzoekenden eerst een half jaar moeten werken met behoud van bijstandsuitkering (niets erbij) om vervolgens misschien in dienst te worden genomen. Aangezien er momenteel genoeg bijstandontvangers zijn, is het niet moeilijk te raden waar zo’n constructie op uitdraait. Waarom het minimumloon betalen als het ook gratis of voor een nominale vergoeding (aan de gemeente!) kan?
Ook zijn gevallen bekend waarin achteraf bleek dat werkende bijstandontvangers tijdelijk in dienst werden genomen om tijdens een drukke periode voor een paar extra handen te zorgen. Uiteraard zonder daarvoor het wettelijk minimumloon te ontvangen.
 

Verdringing
De constructie ‘werken met behoud van uitkering’ draagt er zodoende onmiskenbaar aan bij dat betalende arbeidsplaatsen verloren gaan. Het Zwartboek ‘Werken in de bijstand’ weet zelfs meerdere gevallen te noemen waarbij werknemers eerst werden ontslagen om vervolgens weer hun oude taken te mogen vervullen, maar nu ‘met behoud van uitkering’.

Betaalde werknemers moeten immers concurreren (in loonkosten) met bijstandontvangers. Nu zijn de laatsten ook weer niet helemaal gratis. ‘Afnemers’ van werkende bijstandontvangers betalen namelijk doorgaans een zogenaamde inleenvergoeding aan de uitkerende gemeente. Maar dit bedrag is vanzelfsprekend onvergelijkbaar met de kosten die vastzitten aan het uitbetalen van het minimumloon.

Neem je als bedrijf met het voordeel  Premiekorting voor werkgevers de bijstandontvangers in dienst, bijvoorbeeld voor inpakwerk of ‘doekjes vouwen’, dan ben je dus spekkoper. 
Het verschil tussen inleenvergoeding en het minimumloon (inclusief bijbehorende kosten) komt immers direct ten goede aan je marge. En dat is fijn. Bovendien heeft de gemeente er ook nog wat aan: naar verluid haalde de gemeente Sittard-Geleen binnen een jaar een half miljoen euro binnen aan inleenvergoedingen.
Ook gemeenten zelf zetten graag uitkeringsgerechtigden in, bijvoorbeeld als schoonmaker, receptionist, administrateur of systeembeheerder. 
Het is uiteraard onzin dat administrateurs of systeembeheerders het soort ‘training’ nodig hebben die het rechtvaardigt dat ze minder dan het minimumloon voor hun werkzaamheden ontvangen. Aan de andere kant: voor de gemeenten is het natuurlijk wel weer lekker goedkoop.
Het gevolg van dit alles is dat ongeveer de helft van de bijstandontvangers die meewerkten aan het onderzoek van de FNV nu werkzaamheden verricht die voorheen onderdeel waren van een betalende baan.

Rijksoverheid doet niets
Al langere tijd zijn er signalen dat ‘werken met behoud van uitkering’ gemakkelijk tot misstanden leidt. Afgelopen zomer werden zelfs Kamervragen gesteld over de situatie in de gemeente Montfoort. Deze gemeente detacheerde goed bemiddelbare werkzoekenden (dat wil zeggen: individuen zonder duidelijke behoefte aan extra training of begeleiding) naar reguliere werkgevers en gebruikte de inleenvergoedingen vervolgens om de eigen tekorten aan te vullen.
Uitkeringsgerechtigden worden nog steeds aan het werk gezet, zonder beloning, zinvolle begeleiding of reëel uitzicht op een arbeidscontract. Niet alleen gaat dit in tegen de geest, zo niet de letter van de wet, maar bovendien lijkt dit verdacht veel op ordinaire uitbuiting.


Onder dwang en op straffe van 3 maanden niet te eten en te drinken hebben en dus onder dwang onbetaalde arbeid verrichten is Dwangarbeid.
Dat is oa een schending van de Mensenrechten Art 4 lid 2 en daarmee strafbaar.

Gemeenten en SD ambtenaren die dat Misdrijf op grote en georganiseerde schaal plegen maken zich schuldig aan Mensenhandel. 

Gemeenten die deze Misdrijven plegen zijn daarmee een criminele organisatie geworden gericht op Mensenhandel uitbuiting en misbruik van onschuldige kwetsbare burgers. 
Het spreekt voor zich dat de aan die Misdrijven meewerkende SD ambtenaren niet vrijuit kunnen gaan en zich dus medeschuldig maken aan deze Misdrijven en voor jaren achter de tralies moeten gaan verdwijnen.

Feitelijk doet men hier hetzelfde als een pooierboy te werk gaat
Men neemt kwetsbare mensen onderdrukt die en bedreig die met 3 maanden geen eten en geen drinken en daarmee met de dood om bij een bedrijf onbetaalde arbeid te verrichten. 

De dwangarbeider krijgt geen cent voor de gedane arbeid (en heeft ook geen enkele normale werknemers rechten) en het bedrijf en de gemeente steken de winst van die onbetaalde arbeid in eigen zakken. Het enige verschil met de praktijken van de pooierboy is de aard van de onder dwang gedane arbeid en beiden maken zich schuldig aan Mensenhandel.

Ik hoef denk ik niet uit te gaan leggen dat er op het op grote en georganiseerde schaal plegen van deze Misdrijven zeer zware gevangenisstraffen staan. 

 De onschuldige slachtoffers van deze Misdrijven dienen ruim schadeloos gesteld te worden.





 

Geen opmerkingen: